Infocurso.com

Curso de holandés nivel básico (nivel oficial consejo europeo a1-a2)


Curso A Distancia de idiomas

Puntuación
Precio (5)
Valoración
Material (5)
Valoración
Profesorado (5)
Valoración
Duración (5)
Valoración
Atención (5)
Valoración
infocurso Participa
Bookmark and Share
¿Quieres saber más?
¿Cuándo empieza?
¿Cómo lo puedo pagar?
¿Dónde puedo hacerlo?
¿Está abierta la convocatoria?
¿Qué título obtengo?
¿Qué ventajas tiene este curso?
Modalidad: Curso A Distancia
Precio: 180.00 €
Horas: 180 h
Requisitos: Válido sólo para estos países : España
Ver más cursos de este centro
Euroinnova Formación

Contenido del curso

Temario Temario:

MÓDULO 1. LECCIONES DEL CURSO.

TEMA 1. MI FAMILIA.

TEMA 2. DESCRIBIRSE.

TEMA 3. CONTAR Y JUGAR.

TEMA 4. DÍAS Y MESES.

TEMA 5. COSAS Y ANIMALES.

TEMA 6. JOVEN, VIEJO, CALIENTE, FRÍO.

TEMA 7. EN HOLANDA.

TEMA 8. FIESTA DE BIENVENIDA.

TEMA 9. EN AMSTERDAM.

TEMA 10. LA RUTA..

TEMA 11. DESAYUNO.

TEMA 12. CAFÉ O TÉ.

MÓDULO 2. CONTENIDOS TEÓRICOS.

  1. Het werkwoord 'zijn'
  2. Het werkwoord 'hebben'
  3. De directe vraagzin
  4. Het bijvoeglijk naamwoord (gebruik en plaats)
  5. De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord
  6. De gebiedende wijs
  7. Het onbepaald lidwoord
  8. Zelfstandige naamwoorden
  9. Het modale hulpwerkwoord 'kunnen'
  10. Het bepaald lidwoord
  11. Hoofd en rangtelwoorden
  12. De ontkenning
  13. Bezittelijke voornaamwoorden
  14. Bijvoeglijk gebruik van bezittelijke voornaamwoorden
  15. Vragende bijwoorden
  16. Tijd en data
  17. De stellende trap bij een vergelijking
  18. De vergrotende trap bij een vergelijking
  19. Meervoudsvorming
  20. De spellingherziening
  21. Voorzetsels van plaats
  22. Het werkwoord 'houden van'
  23. De constructie met 'van'
  24. Verzelfstandiging van bijvoeglijke naamwoorden
  25. Het gebruik van hoofdletters
  26. De onvoltooid tegenwoordige tijd
  27. De voltooid tegenwoordige tijd
  28. Vragende voornaamwoorden
  29. Bijvoeglijk gebruik van vragende voornaamwoorden
  30. Wederkerige werkwoorden
  31. De persoonlijke voornaamwoorden
  32. De overtreffende trap bij een vergelijking
  33. Leeftijd
  34. Het gebruik van 'hen' en 'hun'
  35. Wederkerende werkwoorden
  36. Meervoudsvorming (onregelmatig)
  37. Aanwijzende voornaamwoorden
  38. Bijvoeglijk gebruik van aanwijzende voornaamwoorden
  39. Het modale hulpwerkwoord 'zullen'
  40. De vorming van het voltooid deelwoord
  41. De voltooid verleden tijd
  42. Het gebruik van naamvallen
  43. Het modale hulpwerkwoord 'willen'
  44. Het modale hulpwerkwoord 'mogen'
  45. Het modale hulpwerkwoord 'moeten'
  46. Nevenschikkende voegwoorden
  47. De onbepaalde wijs
  48. Samengestelde bijvoeglijke naamwoorden
  49. Zwakke werkwoorden
  50. Sterke werkwoorden
  51. Onregelmatige werkwoorden
  52. Werkwoorden met een onscheidbaar partikel
  53. Werkwoorden met een scheidbaar partikel
  54. Het verbindingsstreepje
  55. Woordvolgorde in een hoofdzin
  56. Woordvolgorde in een bijzin
  57. Het gebruik van 'zo'n' en 'zulk'
  58. Het gebruik van de apostrof
  59. Tussenwerpsels
  60. Samentrekkingen
  61. Werkwoorden met een vast voorzetsel
  62. Betrekkelijke voornaamwoorden
  63. Uitheemse woorden
  64. De aanvoegende wijs
  65. De lijdende zinsvorm
  66. De tussenletter n
  67. Voorzetseluitdrukkingen
  68. De bijwoorden 'al', 'nog' en 'pas'
  69. Het werkwoord 'laten'
  70. Het gebruik van de komma
  71. Het gebruik van 'er'
  72. Voornaamwoordelijke bijwoorden
  73. Het werkwoord 'worden'
  74. De onvoltooid verleden tijd
  75. De vervoeging van 'hebben' en 'zijn' (o.v.t.)
  76. Het werkwoord 'doen'
  77. Gebruik van het trema
  78. Het beklemtonen van klinkers
  79. Onderschikkende voegwoorden
  80. Onpersoonlijke werkwoorden
  81. Onbepaalde voornaamwoorden
  82. Bijvoeglijk gebruik van onbepaalde voornaamwoorden
  83. Achterzetsels
  84. De onvoltooid verleden toekomende tijd
  85. De voltooid verleden toekomende tijd
  86. Het gebruik van 'te'
  87. Onbepaalde hoofdtelwoorden
  88. Geld
  89. Verkleinwoorden
  90. Het tegenwoordig deelwoord
  91. Duratieve constructies
  92. De toekomende tijd met 'gaan'
  93. De tussenletter s
  94. Verkleinwoorden (gebruik)
  95. De werkwoorden 'liggen', 'staan' en 'zitten'
  96. De buigingss

MÓDULO 3. CONTENIDOS PRÁCTICOS. ACTIVIDADES PARA LA PRÁCTICA DE LOS CONOCIMIENTOS.

TEMA 1. DIÁLOGO.

TEMA 2. PRONUNCIACIÓN/FONÉTICA.

  1. Pronunciación de frases.
  2. Pronunciación de palabras.
  3. Ejercicio de fonética.

TEMA 3. VÍDEO Y CUESTIONARIO.

TEMA 4. EJERCICIOS.

TEMA 5. EVALUACIÓN DEL APRENDIZAJE.

TEMA 6. EXPLICACIONES GRAMATICALES.

TEMA 7. HERRAMIENTA DE CONJUGACIÓN.

TEMA 8. LÉXICO.

TEMA 9. FICHAS CULTURALES.

Ver temario completo
Objectivos Objetivos:
Comprender y utilizar expresiones cotidianas de uso muy frecuente así como frases sencillas destinadas a satisfacer necesidades de tipo inmediato. Presentarse a sí mismo y a otros, pedir y dar información personal básica sobre su domicilio, sus pertenencias y las personas que conoce. Relacionarse de forma elemental siempre que su interlocutor hable despacio y con claridad y esté dispuesto a cooperar.
Ver objetivos completos

Detalles del curso

Convocatoria: No disponible
Plazo de matriculación: Cerrada. Consulta gratuitamente al centro sobre próximas fechas.
Observaciones: Titulación avalada por el Instituto Europeo de Estudios Empresariales Precio consultar
Requisitos: Profesionales, estudiantes, desempleados o cualquier persona interesada en formarse en el aprendizaje del holandes, el cual lo hablan más de 5 millones de personas en el mundo. Residentes en España
Información
Nombre (*) Apellidos (*) Teléfono (*)
Email (*) Situación Laboral (*) País (*)
Provincia (*)
Comentarios
(*) Campos obligatorios.



Lo más buscado
Cursos por temáticas


Quiénes somos   |   Condiciones legales   |   Ayuda   |   Contacta   |   Trabaja con nosotros   |    Publicidad   |   Enlaces   |     Mapa Web   |   Directorio cursos
Síguenos en:
Infocurso en facebook Infocurso en twitter Infocurso en blogger
Grupo vertice